zaterdag 11 november 2017

Willy Brill, performer, vertaler en pionier van de Jiddische revival, 1926 – 2017

Willy Briill op een oude foto
Dit stuk schreef ik in september 2009 voor Kol Mokum, toen het kwartaalblad van de Liberaal Joodse Gemeente Amsterdam. Vandaag 11 november 2017 overleed Willy Brill, 91 jaar oud. Haar vertalingen, en haar aandeel aan de herleving van het Jiddisch zal voortleven.

Eén van de dingen die meteen opvallen aan Willy Brill is haar grote bescheidenheid. Ze wil best praten, over vroeger, over haar werk destijds bij de hoorspelkern van de radio, over haar vader, Samuel Brill (cellist en ooit mijn leraar op het Conservatorium), over optreden, over Jiddisch. Maar als ik haar voorzichtig voorhoud dat ze toch een soort eenzame pionier van het Jiddisch in Nederland is geweest als vertaalster, als docent en als uitvoerend kunstenaar – en dat jarenlang – dan zegt ze: 'Ach.' En wuift het een beetje weg. 


Er is voor deze bescheidenheid geen enkele reden. Er was een tijd, nog niet zo lang geleden dat gedacht werd dat Jiddisch op zijn retour was en dat in Nederland straks niemand meer documenten, grafschriften en andere historisch belangrijke teksten zou kunnen ontcijferen. Willy Brill is in die tijd heel lang een eenzame performer van liederen en teksten geweest, en een van de weinige docenten. Nu is er een leerstoel aan de UvA, bezet door een native speaker, Shlomo Berger (helaas inmiddels ook overleden, AbuP.). Er zijn twee studenten die een proefschrift voorbereiden. Er zijn klezmerbands, performers, er is een Stichting Jiddisj (www.stichtingjiddisj.nl), die nu bijna tien jaar bestaat en een eigen tijdschrift uitgeeft, Grine Mediene. Er is een flink aantal Jiddische boeken in het Nederlands vertaald. Willy Brill heeft bij dit alles, de oprichting van de Stichting Jiddisch, het performen, de vertalingen, een rol in de voorhoede gespeeld en een flink aantal Jiddische boeken in het Nederlands vertaald.

Er was niets. Hoe is die belangstelling ooit begonnen? Vraag ik. Er waren veel woorden in de Nederlandse taal, zegt ze. En ze hoorde haar familie (let wel: dit was voor de oorlog) veel Jiddische woorden gebruiken. ''Ze spraken natuurlijk geen Jiddisch, niemand sprak meer Jiddisch in Nederland, maar die woorden bleven hangen.'' Al op de middelbare school was ze daardoor geïntrigeerd. Daarna – op de theatherschool – werd dat sterker. Ze zong graag – ''Ik heb altijd een aardige stem gehad'' – wilde Jiddisch zingen en is het toen van het begin af aan gaan leren. ''Ik kreeg les van een Pools-Joodse chazzan in Scheveningen. Hij was eigenlijk een chassied, maar hij was blind en daarom kon hij mij – als vrouw – wel les geven, vond hij. Hij kon me toch niet zien.''

Poppen
Bosma
Van het één kwam het ander, zegt ze eenvoudig. Ze werd actrice van beroep en kwam in contact met de poppenspeler Feike Bosma. Met hem en een gitarist (Pieter van der Staak) heeft ze jarenlang een 'Jiddisch soort theater' opgevoerd. Zij zong of vertelde, Feike illustreerde op zijn manier de woorden met zijn poppen. Van der Staak speelde er gitaar bij en deed tussendoor solo's. ''Feike deed het altijd op een heel bijzondere manier,'' zegt ze. ''Hij speelde niet het verhaal, hij illustreerde. Het heeft jaren geduurd voordat ik door had hoe hij het deed.''
Het eerste verhaal dat ze ooit met hem deed was een chassidisch verhaaltje van een man die niet naar bed kan 's avonds, want als hij zijn kleren, broek, yarmulke, enzovoort op een stoel heeft gelegd, kan hij zichzelf niet meer vinden. ''Feike gebruikte daar lapjes voor,'' zegt ze. ''Feike deed altijd alles met lapjes, die er dan zo uitzagen als een broek, of een jasje.... Het was altijd een groot plezier om een programma in elkaar te zetten. We zijn er tot in de jaren 80 mee door gegaan. Het was een groot plezier.''
Later, toen ze kinderen had, ging ze spelen bij de hoorspelkern van de radio, een inmiddels bijna vergeten soort van theater, maar in die jaren heel populair. ''Ik heb het ook altijd met ontzettend veel plezier gedaan, je leert daar werkelijk alles te halen uit een tekst.''

Sjolem Aleichem
Vertalen
 Na de dood van haar tweede man is ze ook Jiddische les gaan geven. Aanvankelijk vooral beginners. Ook heeft ze toen een Jiddische grammatica opgesteld. Vervolgens kwam vertalen in beeld. Het werd haar gevraagd. Oscar van Gelder van – toen – uitgeverij Vasalucci kwam naar haar toe met de mededeling dat hij een Jiddische Bibliotheek wilde samenstellen. Willy Brill vertaalde een groot deel van de boeken die daarin – in de jaren negentig – verschenen. Daaronder 'Het leven een roman' van Sjolem Aleichem, 'Manke Fisjke' van Mendele Mojcher Sforiem, het Buddenbrooksachtige epos 'De Familie Masjber' van Der Nister, 'De Bonthoed en andere verhalen' van Jitschok Loeb Peretz, 'Papieren Schatten' (verhalen van vrouwelijke auteurs), 'Het Groene Aquarium' en 'Dagboek van de Messias' van Abraham Sutzkever (samen met Myra Rafalowicz z.l.) en 'Een meisje van niets' van Esther Kreitzman. Inmiddels bestaat de Jiddische bibliotheek niet meer en is er nu een Nieuwe Jiddische bibliotheek bij uitgever Veen, waarin verleden jaar als derde uitgave een heruitgave van Willy Brills vertaling van 'Tevje de melkboer' van Sjolem Aleichem verscheen.
Peretz 
Willy Brill zelf noemt deze titels lang niet allemaal. Ze vertelt een beetje achteloos over haar vertaalwerk, maar als ik langs haar boekenkast loop zie ik hoe ze een aanzienlijke ruimte in haar boekenkast beslaan. Echt trots is ze echter op een verzamelbundel gedichten die in 2007 verscheen bij Meulenhoff onder de titel 'Sprakeloos water'. De bundel bevat vertalingen van 300 gedichten van deels eigentijdse Jiddische dichters met naast de vertaling een transcriptie van het oorspronkelijke Jiddisch. De bundel bevat duidelijk haar persoonlijke keuze, zegt ze. 'Het is natuurlijk een heel¨persoonlijke zaak, gedichten. Soms kom je tot de ontdekking dat een bepaald gedicht je gewoon niet ligt, dat de vertaling niet echt goed wil lukken. Soms moet je dan maar besluiten zo´n gedicht niet mee te nemen hoe jammer dat ook is. Soms is het – vooral met sonnetten – een puzzeltje waar je eindeloos mee bezig bent. Maar de bundel heeft het tot nu toe goed gedaan, vorig jaar werden er 1100 exemplaren van verkocht, lang niet slecht voor poezie.'
 
 
 Willy Brill tijdens één van de performances met Rolinha Kross. 


Docent
Wat haar leven als docent betreft: ze heeft heel lang thuis les gegeven. Ze is ze 14, 15 jaar verbonden geweest aan het Joods Studiecentrum, waar ze een leescursus gaf. Het eerste jaar voor beginners, en het tweede jaar literatuur, .want 'ze wilden elk jaar weer verder'. Ook heeft ze heel lang gedoceerd aan de Volksuniversiteit. Nu geeft ze alleen nog thuis les. 'Maar niet meer aan beginners,' zegt ze.
Wel treedt ze soms nog op, want kennelijk kruipt het bloed waar het niet kan gaan. Samen met Rolinha Kros en gitarist Harold Berghuis, doet ze programma´s waarin poezie zowel wordt gezegd als gezongen. De poëzie is vertaald en Rolinha Kros zingt het in het Jiddisch.
Mendele Moicher Sforim
Dan heeft ze in 2000 het initiatief genomen tot de oprichting van de Stichting Jiddisj die nu bijna tien jaar bestaat (zelf vertelt ze niet dat ze initiatiefneemster was, alleen dat ze 'er vanaf het begin bij was'). En tenslotte heeft ze eerder dit jaar de theaterproductie 'Een dag in Kasrilevke' gedaan, een 'voorleesproductie'. Op basis van door haar gekozen teksten van Sjolem Aleichem wordt een dag in een stadje verbeeld door personages die aan tafel zitten, begeleid door een vertelster. Willy Brill – 'het idee heb ik afgekeken van Ton Vorstenbos'- heeft het geheel geregisseerd. De voorstelling, in maart in het Ostadetheater, was uitverkocht. Herhalingen volgen later dit jaar in Groningen en aan het eind van het jaar in het Joods Historisch Museum.

Geen opmerkingen: