donderdag 9 december 2010

Rechtbank verbant Palestijnse parlementariër uit Jeruzalem, nieuw precedent rechtsverkrachting



Abu Tir bij het Beituniya checkpoint



Een rechtbank in Jeruzalem heeft woensdag bepaald dat de Palestijnse parlementariër Mohammed Abu Tir mag worden uitgewezen uit Jeruzalem. Abu Tir (60), werd daarop door de Israëlische politie naar het checkpoint Beituniya gebracht, waar hij werd opgewacht door vrienden en familie. Hij ging daarna naar Ramallah.
De zaak van Abu Tir (en drie andere Palestijnse parlementariërs) heeft de aandacht getrokken van buitenlandse waarnemers, omdat het een precedent betreft. Ik schreef er op 4 juli het volgende over 

De Palestijnse parlementariër die al ongeveer de helft van zijn 60-jarige leven in Israëlische gevangenissen heeft doorgebracht, werd onlangs vrijgelaten na een gevangenschap van vier jaar wegens zijn lidmaatschap van Hamas. Vrijwel onmiddellijk daarna werd zijn residence permit ingenomen, zijn vergunning om zich als inwoner van Jeruzalem te mogen beschouwen. Hij kreeg de tijd tot eind juni om te vertrekken naar een door hemzelf te bepalen andere woonplaats. Abu Tir, die in Jeruzalem is geboren en er met zijn vrouw en kinderen een huis bewoont dat al generaties lang in de familie was voordat Israël in 1967 Oost-Jeruzalem veroverde, weigerde te gaan. Hij werd daarop gearresteerd. Het compromis dat in de maak is, is dat Abu Tir afziet van zijn lidmaatschap van Hamas en dan zijn bewijs van inwonerschap kan terugkrijgen.
Nog drie andere parlementariërs van Hamas die in Israëlische gevangenschap hebben verkeerd, wachten af hoe de zaak uitpakt. Ook hun identiteitsbewijs als inwoners van Jeruzalem is ingenomen en hun is eveneens aangezegd dat ze weg moeten. Het gaat om Mohamed Totah (41), Ahmed Atoun (42), en Khaled Abu Arafa (49) die korte tijd minister voor zaken betreffende Jeruzalem was in de eenheidsregering van Fatah en Hamas, voordat hij door Israël werd gearresteerd.
De zaak wordt door mensenrechtenorganisaties als Adalah met grote belangstelling gevolgd, omdat de manier waarop Israël internationale regels aan zijn laars lapt hier een nieuwe wending neemt. Het is namelijk de eerste keer dat inwoners  van het bezette Oost-Jeruzalem in strijd met de Geneefse conventies hun inwonerschap van de stad dreigen te verliezen wegens het lidmaatschap van een organisatie die Israël niet bevalt. Ook het Israëlische hooggerechtshof heeft in de zaak een nieuwe houding ingenomen. In strijd met het tot dusver gevolgde gebruik dat vóór uitwijzing zaken worden getoetst, heeft het hof namelijk een petitie tegen de uitwijzing van de advocaten van de vier Palestijnen niet in behandeling genomen, met het argument dat een eventuele uitwijzing ook naderhand nog wel beoordeeld kan worden.

 Tot zover wat ik in juli schreef. De speciale coördinator van de VN voor het vredesproces, de Nederlandse diplomaat Robert Serry, verklaarde na het vonnis van woensdag bezorgd te zijn over de eventuele precedentwerking van de rechterlijke uitspraak. 'Deze zaak en die van drie andere parlementariërs die nog moeten voorkomen doet ernstige vragen rijzen met betrekking tot de mensenrechten en de rechten van Palestijnen op het inwonerschap van Jeruzalem, 'zie Serry, die eraan toevoegde dat hij de zaak persoonlijk bij de Israelische regering aan zou kaarten. 
De drie andere hierboven genoemde parlementariërs verblijven al sinds juli bij het Rode Kruis in Jeruzalem.Abu Tir's zaak zal nu nog moeten worden behandeld door het Israelische hooggerechtshof. De parlementariër  heeft hoe dan ook gezworen terug te zullen keren naar zijn huis en familie.    

Geen opmerkingen: