woensdag 17 oktober 2012

Documenten Israelische leger werpen nieuw licht op recente 'uithongeringspolitiek' voor Gaza

De grensovergang Kerem Shalom.

De mensenrechtenorganisatie Gisha, die zich onder meer inzet voor Gaza, heeft na een juridische strijd van drieëneenhalf jaar een document van de Israelische bezettingsautoriteiten in handen gekregen dat heet 'Voedsel consumptie in de Gaza Strook - Rode lijnen'. Het document beschrijft hoe Israel de bevolking van Gaza tussen 2007 en 2010 op rantsoen zette wat de import van voedsel betrof.
De nu verkregen papieren bevestigden nog eens te meer dat Israel in de afgelopen jaren een soort uitgekiende uithongeringspolitiek heeft gevolgd ten opzichte van Gaza. In 2010 wist Gisha namelijk al via de wet op de openbaarheid van bestuur in Israel een papier boven water te krijgen, waaruit bleek dat Israel een mathematische rekenmodel hanteerde om vast te stellen hoe weinig het kon doorlaten in de Gaza-strook zonder meteen een humanitaire catastrofe te riskeren. Ook dat rekenmodel is te vinden op de Gisha site (hier),  De journaliste Amira Hass van Haaretz maakte er in 2010 eveneens melding van. 
De papieren die Gisha in september in handen kreeg, nadat het Israelische hooggerechtshof een bezwaarschrift van de staat tegen het openbaarmaken ervan had verworpen, bestaan uit twee delen. Het eerste is een powerpoint presentatie, het tweede een position paper, een document dat meer algemene achtergrondinformatie geeft voor de toenmalige Israelische aanpak.  (Ze zijn achtereenvolgens hier en hier te vinden op de site van Gisha). 
Ook Amira Hass bericht in Haaretz over de documenten. Israel, zo meldt ze, ging  er op basis van het document vanuit dat een persoon in  Gaza gemiddeld niet meer dan 2279 calorieën per dag nodig had (oftewel 1,836 gram voedsel), zijnde het minimum om hongersnood te voorkomen. Hass tekent erbij aan dat - hoewel het Israelische leger, in dit geval de 'Coördinator voor de Regeringsactiviteiten in de  Gebieden' (COGAT) - beweert dat het papier nooit in de praktijk is gebruikt, de hoeveelheden in de richtlijn wel overeenkomen met wat tussen 2007 en 2010 de praktijk was.
Ook Gisha zegt dat hoewel COGAT stelde dat het papier ooit meer dan een kladversie was, de aantallen die erin worden genoemd een overeenkomst vertonen met wat in de praktijk gebeurde. Wel tekent Gisha erbij aan dat COGAT in bepaalde periodes nog zelfs beneden zijn eigen minima bleef. De berekeningen in het Rode Lijnen document stellen dat Gaza als dagelijks portie 106 vrachtwagens voedsel nodig had, vijf dagen per week. Maar in het eerste jaar na de machtsovername door Hamas (van juli 2007 tot juni 2008), was het gemiddelde zo'n 90 vrachtauto's per werkdag.

De 'verstervingsaanpak' van Gaza begon na de machtsovername van Hamas in Gaza in 2007, schrijft Amira Hass. In september van dat jaar besloot de toenmalige Israelische regering onder Ehud Olmert tot een politiek waarbij de bewegingen van mensen en goederen sterk werden beperkt. In het kabinetsbesluit werd vastgelegd dat 'de invoer van goederen in de Gaza-strook zou worden beperkt, de levering van gas en elektriciteit zou worden verminderd en dat er beperkingen zouden komen op de beweging van mensen vanuit en naar de Strip, terwijl exporten vanuit de Strook volledig zouden worden verboden'. De restricties zouden echter wel zo worden ontworpen dat een "humanitaire crisis zou worden vermeden."
Het "Rode Lijnen"-document werd vier maanden na dit kabinetsbesluit geschreven. Dat gebeurde door COGAT, toen nog onder leiding van Amos Gilad, in samenwerking met het Israelische ministerie van Gezondheid. Voor de criteria werd uitgegaan van de gemiddelde behoeften van een Israeli. Die werden bijgesteld voor wat gold voor een gemiddelde bewoner van Gaza en daarvoor werd vervolgens een minimum bepaald, waarbij een lange lijst van goederen, variërend van macaroni tot shampoo, helemaal van levering werden uitgesloten . 
De sterke daling in de hoeveelheden voedsel die binnenkwamen als gevolg van de Israelische politiek, zegt Gisha, maakten dat de levering van veel zaken onzeker werd en dat de prijzen sterk omhoog gingen, maar het zorgde niet voor langdurige tekorten van basisgoederen of voor honger. Wel bleek het moeilijk een constante stroom van basiszaken als bloem, suiker, melkproducten en olie te handhaven. Maar de ernstige economische crisis die de afsluiting met zich mee bracht,vooral door de restrictie op de import van grondstoffen en het verbod op exporten, leidde wel tot een enorme toename van de werkloosheid en een toenemende afhankelijkheid van hulp van derden, aldus de organisatie.  Tussen het tweede kwartaal van 2007 en het tweede kwartaal van 2008, steeg de werkloosheid met 72% (van 26.4% naar 45.4%). Het VN-Bureau voorde Coördinatie van Humanitaire Zake (OCHA) vond dat het aantal Gazanen dat hulp nodig had 63% in 2006, steeg naar 80% in 2007. De belangrijkste gevolge van de afsluiting, zegt Gisha, waren - en zijn nu nog steeds - een toename van de armoede, toename van afhankelijkheid van (voedsel)hulp en een gebrek aan mogelijkheden voor economisch herstel, hoger onderwijs en redelijke banen.
Israel heeft nu sinds twee jaar nu zijn restricties op de import van voedsel laten varen, maar de overige restricties gehandhaafd. Destijds werd tot de afsluitingspolitiek besloten vanuit een opvatting dat het gewettigd is een hele bevolking onder druk te zetten in de strijd tegen Hamas. Gisha tekent daar echter bij aan dat zo'n collectieve maatregel in strijd is met het internationale recht. Los daarvan zegt Gisha dat onduidelijk is welk doel nog met het handhaven van de afsluiting is gediend, wie daarover de beslissingen neemt en op welke gronden. 'Dezer dagen is het lastig nog een politicus of veiligheidsexpert in Israel te vinden die zal zeggen dat Israel iets aan de  afsluitingspolitiek van 2007-2010 heeft gehad, in politieke of in veiligheidstermen, aldus Gisha.

Geen opmerkingen: