donderdag 2 november 2017

Palestijnen en het verschil tussen legaal en legitiem verzet


WNL in de bocht

Er was weer wat om te doen geweest. Het altijd o zo pro-Joodse Parool had er lelijke dingen over geschreven. In het tot een überzionistisch leugen en scheldkrantje verworden NIW (Nieuw Israelietisch Weekblad) had de racistische brulkikker Bart (B.P.) Schut een hele wagonlading gelogen argumenten opeen gestapeld onder het motto dat de radicale Abou Jahjah weer een podium werd geboden. Op Facebook werd er weer schande van gesproken. Maar dinsdagavond was het er dan, met types van WNL en Bart Schut onopvallend geposteerd in de zaal en met Israelische vlaggen uitgedoste piassen voor de deur. Het, dat was een discussieavond over de grenzen van het Palestijnse verzet. (Zie ook Aicha Qandisha)
Marcel Brus, hoogleraar internationaal recht in Groningen, legde de wettelijke kaders en vooral de beperkingen uit. Dina Zbeidy vertelde hoe het is als Palestijnse en hoe verzet geen keuze is van wel of niet, maar maar een deel van het dagelijks leven waaraan eigenlijk niet valt te ontkomen. Brigitte Herremans van de Belgische poot van Pax leverde een diplomatiek verhaal waarin zij veel vertelde van wat we waarschijnlijk allemaal al zo'n beetje wisten. Haar verhaal zat ook vol met mitsen en maaren en ging eigenlijk helemaal niet over verzet of zelfs maar over de Palestijnen. En Diyab Abou Jahjah, de enige die alleen en overduidelijk zichzelf vertegenwoordigde was degene die het duidelijkst een dilemma opwierp: waarover gaat het bij Palestijns verzet, gaat het om legaliteit, dus zaken binnen het kader van de wet, of gaat het om legitimiteit, dat wil zeggen om zaken die moreel gerechtvaardigd zijn?
Maar ja, Abou Jahjah was dan ook degene die alle aandacht en negatieve opwinding naar zich toe trok. WNL was ook weer de omroep die er een negatieve draai aan gaf door een item te maken onder de pakkende kop ''Alle Joden de zee in''. Je pakt een uitspraak, laat context en betekenis helemaal weg en voila, je hebt je item. De kinderhand van wakker rechts Nederland is makkelijk en snel gevuld. Maar daarover later meer.
Marcel Brus leverde en lang betoog waarvan de portee was dat er binnen het international recht consensus bestaat over het feit dat onderdrukte of bezette volken het recht hebben verzet te plegen. Dat daarover uitspraken werden gedaan (in het kader van de Verenigde Naties) had te maken met de dekolonisatie waar uiteindelijk ongeveer alle landen en iedereen achter ging staan. Minder duidelijk is echter waaruit dat verzet mag bestaan. Zo is bijvoorbeeld gewapend verzet officieel gebonden aan de richtlijn dat het geen burgerdoelen mag bestoken en dat verzetsstrijder herkenbaar moeten zijn en een uniform moeten dragen. Het is duidelijk dat zulk verzet vrij kansloos is. Brus zei het niet, maar geüniformeerde verzetsleden hebben op de Westoever volgens mij een overlevingstijd van maximaal een uur. Een ander dilemma is dat ze geen burgerdoelen mogen bestoken, Maar, en dat zei Brus wel, als de andere kant bommen op huizen gooit en hele families uitroeit, is het dan ook niet toegestaan om terug te schieten met raketten die zo onnauwkeurig zijn dat ze waarschijnlijk (ook) burgers zullen treffen?
Nog weer een ander dilemma is  dat de bezetter de wetten maakt en de regels bepaalt (waaronder degenen die zich verzetten tot ''terroristen'' worden gemaakt), maar dat intussen de bezette bevolking wel degelijk volgens internationale verdragen (waaraan ook Israel is verbonden, zoals bijvoorbeeld de Verklaring van de Rechten van de Mens) recht heeft op leven, vrijheid en de bescherming van zijn eigendommen.Het probleem is dan ook dat het internationale recht op het gebied van welke vorm van verzet geoorloofd is, achterloopt. Er zijn nooit regels gemaakt voor dit soort bezetting die nu al 50 jaar duurt. Er is hier met andere woorden sprake van een lacune. De vraag wat mag en wat niet, is dan ook al jaren een open vraag die tot discussies tussen juristen leidt. Het is een lacune die mede in stand wordt gehouden door het feit dat Israel door machtige landen als de VS en Europa de hand boven het hoofd wordt gehouden.
Dina Zbeidy, cultureel antropologe en Palestijnse uit het Israel van 1948, leverde een met veel gevoel verteld verhaal van hoe het verzet niet een keuze is, maar iets dat zich aan je opdringt. Zij vroeg de zaal zich voor te stellen dat je deelneemt aan een herdenking van de nakba, de verdrijving van de Palestijnen in 1948, die meestal plaatsvindt bij een verwoest Palestijns dorp. In dit geval in een park bovenop de ruïnes van een dorp bij Nazareth, waaromheen een nieuwe Israelische stad is gebouwd. De deelnemers houden een picnic, maar er gebeurt iets tussen hen en de Israelische moeders met kinderen die ook in het park aanwezig zijn. De politie komt en begint te schieten met traangas, en willekeurig Palestijnse deelnemers aan te houden. Mensen rennen, je moeder valt, wat doe je? Help je haar op te staan? Je ziet je zuster wegrennen, met politiemannen achter haar aan en voor je voeten ligt een steen. Pak je die steen? Is dat verzet? Zelfverdediging? Wat doe je...?
Het verhaal van Brigitte Herremans van Pax, ik zei het al, klonk als een verhaal van een betrokken hulpverlener of diplomaat. Er waren ''bemoedigende zaken'' als dat er wel eens een dialoog van Israeli's en Palestijnen plaatsvond, maar aan de andere kant maakte Israel het mensenrechtenorganisaties en hulpverleners steeds moeilijker. Het Palestijnse verzet kwam niet aan bod. Daarom sla ik haar verhaal verder maar over. U kunt het trouwens toch waarschijnlijk al lezen in de jaarverslagen van organisaties als Pax.
En tenslotte was het woord aan Dyab Abou Jahjah, de ''omstreden'' man uit België. In de WNL uitzending werd door iemand gezegd dat hij met meel in de mond sprak,. Daarvan heb ik niets gemerkt, maar waarschijnlijk had het jongmens dat dit zei gedacht dat hij zou oproepen de Joden te doden. Er zijn nu eenmaal achterlijke types die denken dat dat hetgeen is waarvoor hij, en waarvoor Palestijnse verzetsmensen, staan. Abou Jahjahs verhaal was juist heel duidelijk Hij stelde dat zoals Brus had gezegd, misschien een deel van het Palestijnse verzet, het gewapende deel, niet legaal is, maar dat daar een heleboel tegenover staat. Om te beginnen het feit dat de wetten waar Palestijnen mee te maken hebben, zijn gemaakt door de onderdrukkers en dat maakt ze dus niet meteen ook tot rechtvaardige wetten. In het verleden zijn er wetten geweest die slavernij goedkeurden, en apartheid, of zelfs in sommige streken verkrachting. Je tegen dat soort zaken verzetten is uiteraard legitiem en vandaar dat hij, Abou Jahjah, ook niet voor de legale weg van de wet kiest als het om verzet gaat, maar voor de morele rechtvaardiging van het verzet, de legitimiteit ervan. Daar komt nog bij dat Israel een etnocentrische en koloniale staat is. Misschien, aldus Abou Jahjah, was het nog wel begrijpelijk een joodse staat te willen stichten als reactie op de industriële uitmoording door het Derde Rijk, maar dan was het begrijpelijker geweest als dat was gebeurd in een stuk van Duitsland. Nu werd in een koloniaal avontuur een heel ander volk onder de voet gelopen. Wat bij de legitimiteit van het Palestijnse verzet vaak achterwege wordt gelaten, en wat bij de andere sprekers ook helemaal niet was genoemd, was dat er nog eens zeven miljoen Palestijnen buiten Palestina wonen en dat voor die mensen ook een oplossing gevonden moet worden. Om dat bereiken is nodig dat de Israeli's uit hun ''comfort zone'' worden gedreven en dat kan alleen door verzet. Niet alleen gewapend verzet, maar alle vormen van verzet, van lijdzaam verzet,boycots (BDS) tot met de wapenen. Een tweestaten oplossing verwierp hij intussen om meerdere redenen: het is onmogelijk en ook onwenselijk om de bijna een miljoen Joden die intussen op de Westoever wonen te dwingen te verhuizen, het is eveneens onmogelijk om zeven miljoen Palestijnen op de Westoever te herbergen en hij is bovendien tegen welke etnocentrische staat dan ook.
Wat de uitspraak ''de Joden de zee in drijven'' die WNL noemde betrof: dat was nu juist een uitspraak in het kader van zijn pleidooi voor een staat waarin Joden en Palestijnen als gelijken samen kunnen leven.''Vroeger zeiden de Arabieren dat ze de Joden de zee in wilden drijven, dat doen we niet meer. Er werd trouwens mee bedoeld dat de Joden weer terug zouden moeten naar hun landen van herkomst en dat alleen de ''Palestijnse Joden'' zouden kunnen blijven.Dat is allang een verlaten standpunt. Nu wordt gemikt op een maatschappij waarin iedereen, Jood of Palestijn, gelijkwaardig is,'' aldus Abou Jahjah.
Zo zien we weer eens hoe een rechts medium als WNL weer eens ''lekker scoort'' met haar zogenaamde objectieve nieuwsgaring. Ook het klakkeloos laten herhalen door de kwaadspreker Bart Schut van de aan Abou Jahjah toegeschreven uitspraak ''La valise ou le cercueil'', (het was een filmtitel die het Vlaams Blok hem ooit in de mond legde) wijst daar opnieuw op. In de discussie, aan het eind van de avond die trouwens uitstekend door Hassnae Bouazza werd geleid, bleek dat twee van de vier inleiders kozen voor een éénstaats oplossing. Abou Jahjah had al gezegd waarom. Dina Zbeidy was de tweede. Ze zei dat ''een van de grote hinderpalen'' voor het leven van Palestijnen, de ongelijkheid, dan zou blijven, plus de afsluitingen en beperkingen.''Een man in Ramallah kan dan nog steeds niet zijn broer of zijn neef in Nazareth bezoeken.'' Brus wierp tegen dat het probleem van de één staatsoplossing is dat dan een belangrijk legaal argument, namelijk de erkenning door een groot deel van de wereld van het recht van de Palestijnen op een eigen staat naast Israel, zou vervallen.
Hij heeft daarin natuurlijk gelijk. Ook dat is een dilemma van het Palestijnse verzet.

Geen opmerkingen: